Woonstraten klaarstomen voor de toekomst

 

Het begrip ‘speelstraten’ was al langer bekend en sinds een paar jaar hebben ook ‘fietsstraten’ een wettelijk statuut. De wereldwijde themadag ‘Parking Day’ krijgt in ons land hier en daar voet aan de grond. De nieuwe initiatieven volgen elkaar in hoog tempo op: leefstraten, toekomststraten, kindstraten, kindlinten en ga zo maar door. Stuk voor stuk alternatieve namen voor doodgewone woonstraten waar meer mee kan gebeuren – noodkreten voor de erkenning van de woonstraat als volwaardige publieke ruimte.

De openbare ruimte in de nabije woonomgeving heeft veel potentieel en dat krijgen steeds meer mensen in de gaten. Wanneer het over publieke ruimte gaat, hoeven niet steeds de grote en dure projecten in de schijnwerpers te staan. Hoeveel mensen wonen er in een winkelstraat? Of rond een plein in het centrum van hun gemeente? De modale Belg woont in een heel gewone straat, of die nu in het stadscentrum ligt of in een verkaveling. Het is belangrijk dat mensen voeling hebben met hun directe leefomgeving, er een stuk identiteit aan kunnen geven en er mee verantwoordelijkheid voor dragen. Daarom zijn kleinschalige buurtinitiatieven zoals de Lentepoets, speelstraten, de Burendag of een Museum In Onze Straat zo waardevol.

Op beleidsvlak is er evengoed nood aan een mentaliteitswijziging. Openbare ruimten hebben een levensverwachting van drie tot vier decennia. Maar is het huidige denken over inrichting en gebruik van openbare ruimten over dertig jaar nog wel bij de tijd? De opkomst en exponentiële groei van nieuwe technologieën verandert de wereld radicaal. Moeten we straten blijven inrichten volgens het aloude recept met een rijbaanbreedte, parkeerplaatsen, trottoirs en fietspaden volgens de normen van alle vademeca? Of moeten we visionair zijn en tien tot twintig jaar vooruit denken?

Als we de progressieve autoconstructeurs mogen geloven, kiezen we maar beter voor dat laatste. Brad Templeton, ex-medewerker van Google en pionier op het vlak van zelfsturende auto’s, verwacht dat we over een aantal jaren geen eigen auto meer zullen bezitten. Mensen zullen auto’s per minuut huren die bovendien zelf naar je toe rijden. Voor een gezinsuitstap huur je een grote wagen en voor een werkverplaatsing een kleintje. Als het autobezit daardoor vermindert, dan daalt ook de vraag naar parkeerplaatsen voor de deur. Wat een ruimte komt er dan vrij in de toekomstige woonstraten! Die ruimte kan benut worden om de kwaliteit in de woonomgeving te verbeteren. Verre toekomstmuziek, denkt u? In maart van dit jaar kondigde Elon Musk, CEO van Tesla, aan dat hun elektrische auto’s over enkele maanden een software-update krijgen waardoor ze zelf zullen kunnen sturen. Voorlopig enkel op de autosnelweg, maar het is slechts een kwestie van tijd vooraleer dit ook in woonstraten het geval zal zijn. 

De straten die vandaag worden ontworpen en aangelegd, zullen over een tweetal decennia niet meer voldoen aan de heersende normen en behoeften. Beleidsvoerders en ontwerpers moeten de uitdaging aangaan om te zoeken naar een evenwicht tussen een kortere levensduur voor woonstraten en het behoud van een multifunctionele en kwaliteitsvolle publieke ruimte. Het is hun taak om ervoor te zorgen dat het denken over publieke ruimte gelijke tred houdt met de snel evoluerende maatschappelijke en technologische dynamieken.